Nederlands voor anderstaligen
oefening 12.1

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Voltooid deelwoord
lopen     Hij heeft gisteren hard gelopen.
Doe hetzelfde met de volgende werkwoorden:
 1. werken   Ik heb deze week hard .
 2. noemen  Die naam is vandaag al twee keer .
 3. fietsen  Wij hebben gisteren een eind .
 4. bellen  Ik heb bij de mensen aan de deur .
 5. horen  Heb je nog nooit van dat programma ?
 6. lenen  Frits heeft een euro van mij .
 7. vissen  Mijn vader heeft de hele dag .
 8. raken  De auto is van de weg .
 9. groeien  Die boom is erg !
10. zagen  Ik heb die plank doormidden .
11. hollen  Ik heb op dat moment hard .
12. lachen Let op!!  We hebben vreselijk om die grap.
13. bakken Let op!!  Moeder heeft vlees .
14. boren  De timmerman heeft wel veertig gaten .
15. schaken  We hebben een partijtje .
16. rusten  We hebben een kwartiertje .
17. branden  Dat huis heeft als een fakkel.
18. haten  Die man wordt door veel mensen .
19. lusten  Ik had nog wel een cola .
20. antwoorden  Die jongen heeft goed .