Nederlands voor anderstaligen
oefening 11.8

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.

Scheidbare werkwoorden
Vervoeg (in de tegenwoordige tijd):

opbellen     binnenkomen     weggaan
 1. Ik    16. Ik
   31. Ik
 2. Jij/Hij/Zij
   17. Jij/Hij/Zij
   32. Jij/Hij/Zij
 3. Wij/Jullie/Zij
   18. Wij/Jullie/Zij
   33. Wij/Jullie/Zij
opschrijven   afmaken   menemen
 4. Ik
  19. Ik
  34. Ik
 5. Jij/Hij/Zij
  20. Jij/Hij/Zij
  35. Jij/Hij/Zij
 6. Wij/Jullie/Zij
  21. Wij/Jullie/Zij
  36. Wij/Jullie/Zij
afwassen   opeten   invullen
 7. Ik
  22. Ik
  37. Ik
 8. Jij/Hij/Zij
  23. Jij/Hij/Zij
  38. Jij/Hij/Zij
 9. Wij/Jullie/Zij
  24. Wij/Jullie/Zij
  39. Wij/Jullie/Zij
opstaan   ophalen   oppassen
10. Ik
  25. Ik
  40. Ik
11. Jij/Hij/Zij
  26. Jij/Hij/Zij
  41. Jij/Hij/Zij
12. Wij/Jullie/Zij
  27. Wij/Jullie/Zij
  42. Wij/Jullie/Zij
uitstappen   nakijken   opendoen
13. Ik
  28. Ik
  43. Ik
14. Jij/Hij/Zij
  29. Jij/Hij/Zij
  44. Jij/Hij/Zij
15. Wij/Jullie/Zij
  30. Wij/Jullie/Zij
  45. Wij/Jullie/Zij