Nederlands voor anderstaligen
oefening 10.7

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Maak een zin met mogen.     
voorbeeld:
Ik maak deze les - Ik mag deze les maken.
 1. Wij voetballen elke week.  Wij .
 2. Jij blijft lang in bed.  Jij .
 3. Jullie maken foto's.  Jullie .
 4. Zij werkt in het restaurant.  Zij .
 5. Ahmed loopt op de stoep.  Ahmed .
 6. Wij gaan naar de stad.  Wij .
 7. Hij fietst op het fietspad.  Hij .
 8. Stephanie duikt van de duikplank.  Stephanie .
 9. Hassan vertelt een lang verhaal.  Hassan .
10. Het kind speelt in de tuin.  Het kind .
11. Jullie werken in de garage.  Jullie .
12. Ik schaats op het ijs.  Ik .
13. Zij wast de kopjes af.  Zij .
14. Hans stapt in de bus.  Hans .
15. De jongen gaat naar de gymzaal.  De jongen .
16. Fatiha drinkt een glas melk.  Fatiha .
17. Peter maakt het bord schoon.  Peter .
18. Ik schenk de koffie in.  Ik .
19. Jij doet de deur van de klas open.  Jij .
20. Wij schrijven in onze map.  Wij .