Nederlands voor anderstaligen
oefening 10.6

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
vergrotende en overtreffende trap
Ellie vulde dit in:
lief - Moeder is liefer dan tante.     
Zo doe jij natuurlijk niet. Jij bent slimmer dan Ellie.
Laat maar eens zien....
 1. klein  Jan is het kind.
 2. dom  Kees is dan Piet.
 3. moeilijk  De laatste som is de .
 4. vol  Deze fles is dan die andere.
 5. nieuw  Dit is het wasmiddel.
 6. beroemd  Rembrandt is onze schilder.
 7. vreemd  Dat is het schilderij dat ik ooit gezien heb.
 8. vervelend  Ik vind hem de jongen van de klas.
 9. bedroefd  Wie is er , de jongen of het meisje?
10. mooi  Mijn tas is dan die van haar.
11. verwend  Hij is het jongetje.
12. koppig  Narana is dan Mina.
13. krom  Dit is de tak van de boom.
14. lang  Deze route is dan die route.
15. duur  Dit is het boek.
16. goedkoop  Dit is het restaurant.
 17. machtig  Amerika is dan Engeland.
18. lief  Meisjes zijn vaak dan jongens.
19. boos  Als je dat doet word ik nog .
20. snel  Een vliegtuig is dan een auto.
21. veel  Twee is dan één.
22. veel  Wie de wedstrijden wint wordt kampioen.
23. goed  3 fouten in deze les is goed, maar 2 is .
24. goed  Het resultaat is natuurlijk nul fout.
25. laat  Dit is de vraag.