Nederlands voor anderstaligen
oefening 10.3

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Inversie
Voorbeeld:
Hij gaat vanmorgen naar de tandarts. 
  Vanmorgen gaat hij naar de tandarts.
 1. Hij gaat vanmiddag naar de stad.  Vanmiddag .
 2. Fatima eet vanavond een sinaasappel.  .
 3. Vader werkt vannacht in de fabriek.  .
 4. Ik ga vanavond vroeg naar bed.  .
 5. Jan doet vanmorgen boodschappen.  .
 6. De jongen belt vanmiddag zijn moeder.  .
 7. Mijn zusje gaat vanavond sporten.  .
 8. De oude man moet vanmorgen naar de dokter.  .
 9. De leerlingen maken vanmiddag hun huiswerk.  .
10. Wij kijken vanavond naar het journaal.  .