Nederlands voor anderstaligen
oefening 10.13

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Woordmix
Maak met de woorden een zin.

Begin altijd met een hoofdletter. Aan het eind van de zin hoef je geen punt in te vullen, die staat er al.
 1. ik - Vanmiddag - naar - ga - bioscoop - de
 .
 2. Vader - een - dag - heeft - vrije  .
 3. moeder - Morgen - naar - gaat- winkel - de  .
 4. wij - Vanavond - naar - kijken - journaal - het  .
 5. Vanmorgen - Hans - geen - helm - op - heeft  .
 6. gevaarlijk - Dat - is  .
 7. de - vijver - In - zwemmen - eenden  .
 8. wij - Vanavond - op - vakantie - gaan  .
 9. het - zwembad - In - het - is - warm  .
10. de - Vanmiddag - jongens - voetballen - gaan  .
11. het - kruispunt - Op - stoppen - auto's - veel  .
12. De - vertrekt - over - trein - vijf - minuten  .
13. de - Wij - met - z'n zessen - gaan - stad - naar  .
14. de - winter - In - het - koud - is  .
15. conducteur - De - kaartjes - de - controleert  .
16. het - De - markt - in - is - centrum  .
17. In - is - dierentuin - Amersfoort - een  .
18. taartjes - trakteert - De - op - leraar  .
19. de - weegschaal - Ik - tomaten - weeg - op - de  .
20. Ik - een - schrijf - naar - brief - opa - mijn  .